19. jul, 2018

(16)

Vliegtuigen en heuvels gaan niet goed samen, dat is bekend. De eersten gaan te snel, de laatsten bewegen te weinig.

Voor een vlucht boven het tropisch regenwoud waren we opgestegen van een vliegveldje dat was opgesierd met de naam ‘Zorg en Hoop’. Ik vond dat een beklemmende aanduiding voor een luchthaven. Voor mijn gemoedsrust hielp het ook niet dat aan het eind van de startbaan een hek stond, daarachter lag een verkeersweg. Stoplichten garandeerden de veiligheid.

Ons vliegtuigje was eigenlijk meer een dartele hommel, net iets groter, maar met dezelfde behaaglijke vliegeigenschappen. Binnenin het toestel was het comfort passend: piloten en passagiers zaten in één ruimte. Vanuit onze Deux Chevaux-stoeltjes konden we de verrichtingen van de gezagvoerder en zijn compagnon goed volgen.

De bedoeling was dat we zouden landen op een eilandje in een rivier, maar boven het oerwoud hing een dichte ochtendmist, daardoor konden de piloten dat eiland niet vinden. Niet helemaal op mijn gemak keek ik naar buiten. De boomkruinen, niet ver onder mij, grijnsden. Tussen de nevelflarden zag ik ara’s vliegen, mooie en fascinerende beesten.

Toen ik mijn blik weer op de twee piloten richtte, merkte ik dat zij geen belangstelling hadden voor de tropische flora en fauna. Ik moest vrezen dat ook onze vlieghoogte hen ontging. De twee vliegeniers bogen zich juist over een wegenkaart en bespraken, rustig plaatsen op die kaart aanwijzend, hun opties. Een van die opties bleek een heuvel te zijn die vanuit de mist opdoemde en met een rotvaart op ons afkwam.